Mediawijsheid & Digitale Geletterdheid Basisonderwijs | Alles wat je moet weten (2026)

Mediawijsheid & Digitale Geletterdheid op de Basisschool

Voldoe moeiteloos aan de nieuwe SLO-kerndoelen. Kant-en-klare, leuke oefeningen van 5 minuten voor op het digibord of de tablet. Geen voorbereidingstijd nodig.

  • Begrijp de SLO kerndoelen in 5 minuten
  • Direct toepasbare tips voor klas en thuis
  • Laat kinderen meteen oefenen (3 - 5 min)
1

Kies een oefening

Nepnieuws, online veiligheid, programmeren of AI. Kies wat bij je les past.

2

Zet de oefening klaar

Leerlingen openen de oefening op tablet, laptop of digibord. Geen installatie.

3

Bekijk resultaten

Leerlingen oefenen zelfstandig. Jij ziet wie wat gedaan heeft in het dashboard.

Liever direct starten? Laat kinderen meteen oefenen. 3 - 5 minuten per oefening · Testen zonder account · Sluit aan op SLO kerndoelen
Test een oefening zonder account

Wat is mediawijsheid en digitale geletterdheid?

Je hoort het overal: kinderen moeten "digitaal geletterd" worden en "mediawijs" zijn. Maar wat betekent dat eigenlijk? En waarom is het zo belangrijk? Op deze pagina leggen we het je uit alsof je ernaast zit. Geen ingewikkeld jargon, gewoon helder en eerlijk.

Wat is mediawijsheid?

Mediawijsheid gaat over slim en bewust omgaan met media. En met media bedoelen we niet alleen de krant of het journaal. We bedoelen alles: YouTube, TikTok, Instagram, televisie, games, podcasts, websites en zelfs de reclame die je kind ziet op een tablet.

Een mediawijs kind kan het volgende:

  • Herkennen wat echt is en wat nep. Dat filmpje op TikTok waarbij iemand zogenaamd een Ferrari cadeau krijgt? Is dat echt? Of is het reclame? Een mediawijs kind stelt die vraag.
  • Nadenken voordat het iets deelt. Een grappig filmpje van een klasgenoot doorsturen... Is dat wel zo grappig voor die klasgenoot? Mediawijsheid is nadenken over de gevolgen van delen.
  • Begrijpen hoe media werkt. Waarom ziet je kind steeds dezelfde soort video's? Dat komt door een algoritme. Dit is een soort recept dat bepaalt wat je te zien krijgt. Een mediawijs kind snapt dat het niet toevallig is.
  • Zichzelf beschermen online. Niet zomaar je naam, school of foto delen met vreemden op internet. Weten wanneer iets niet pluis is.

🔎 Echt of nep? Test het zelf.

Kunnen jouw leerlingen het verschil zien? Dit soort oefeningen staan klaar op KidsDigitaal.

✓ Echt
✗ Nep
Probeer zelf de quiz

Bron: Netwerk Mediawijsheid · Kennisnet

Wat is digitale geletterdheid?

Digitale geletterdheid is een breder begrip dan mediawijsheid. Het gaat over alles wat je moet kennen en kunnen om goed mee te doen in een wereld die steeds digitaler wordt. Mediawijsheid is daar een onderdeel van.

Vergelijk het met "gewoon" geletterd zijn. Als je kunt lezen en schrijven, kun je meedoen in de maatschappij. Je kunt brieven begrijpen, formulieren invullen en de krant lezen. Digitale geletterdheid is precies hetzelfde, maar dan voor de digitale wereld. Als je digitaal geletterd bent, kun je:

  • Een computer, tablet of telefoon gebruiken voor school en later voor werk.
  • Informatie opzoeken op internet en beoordelen of die klopt.
  • Veilig omgaan met wachtwoorden, persoonlijke gegevens en privacy.
  • Begrijpen hoe technologie werkt, zoals apps, websites en zelfs kunstmatige intelligentie (AI).
  • Zelf iets digitaals maken, zoals een presentatie, een filmpje of een simpel computerprogramma.
  • Nadenken over de invloed van technologie op jezelf en de maatschappij.

Even simpel gezegd: Mediawijsheid gaat over hoe je omgaat met wat je ziet en hoort via media. Digitale geletterdheid gaat over dat én over alles wat je met technologie moet kunnen. Het is de "complete gereedschapskist" voor de digitale wereld.

Bron: SLO – Digitale geletterdheid · Kennisnet – Nieuwe kerndoelen

Waarom is het zo belangrijk?

Kinderen groeien op met technologie om zich heen. Ze swipen al op een tablet voordat ze kunnen lezen. Ze kijken YouTube voordat ze naar groep 3 gaan. En tegen de tijd dat ze in groep 7 zitten, heeft een groot deel een eigen telefoon.

Dat klinkt misschien handig, maar het brengt ook risico's met zich mee:

  • Nepnieuws en desinformatie. Kinderen geloven sneller wat ze zien. Ze kunnen moeilijk onderscheiden wat een mening is, wat reclame is, en wat echt nieuws is. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat veel leerlingen hier moeite mee hebben.
  • Cyberpesten. Online pesten stopt niet als de school uit is. Het gaat door via WhatsApp, TikTok en games. Dat maakt het extra pijnlijk en moeilijk te ontsnappen.
  • Privacy. Kinderen delen zonder na te denken hun locatie, foto's en naam. Dat kan misbruikt worden door kwaadwillenden.
  • Schermverslaving. Apps zijn ontworpen om je zo lang mogelijk vast te houden met likes, notificaties en oneindige scroll. Dat is voor volwassenen al lastig, laat staan voor kinderen wiens hersenen nog volop in ontwikkeling zijn.
  • Geld uitgeven in games. Lootboxes, skins en in-app aankopen: kinderen snappen vaak niet dat het om echt geld gaat. Sommige kinderen geven tientallen of zelfs honderden euro's uit zonder dat ouders het doorhebben.
  • AI-gegenereerde inhoud. Met tools als ChatGPT en AI-beeldgeneratoren wordt het steeds moeilijker om echt van nep te onderscheiden. Kinderen moeten leren kritisch te zijn over alles wat ze online zien.
Screenshot van het KidsDigitaal oefenoverzicht met de categorieën nepnieuws, online veiligheid, programmeren en AI

Maar het gaat niet alleen over gevaren. Digitale geletterdheid biedt ook enorme kansen. Een kind dat goed leert zoeken op internet, wordt beter in werkstukken maken. Een kind dat leert programmeren, leert logisch nadenken. Dit is een vaardigheid die het overal in het leven nodig heeft. En een kind dat leert nadenken over wat het online ziet, wordt een kritische burger die niet zomaar alles gelooft.

💡 Wist je dat?

Uit het peilingsonderzoek van de Onderwijsinspectie (2021-2022) blijkt dat slechts 4 op de 10 leerkrachten zich goed genoeg voelt om digitale geletterdheid te geven. Het domein 'computational thinking' krijgt op de meeste scholen de minste aandacht. Het is dus niet gek als jij ook nog zoekende bent, daar is deze pagina voor!

Bron: Onderwijsinspectie – Peil.Digitale geletterdheid 2021-2022

Even snel oefenen met je klas of kind?

Laat ze in 3 minuten zien hoe nepnieuws werkt of hoe je veilig online blijft.

Start een korte oefening

De vier pijlers van digitale geletterdheid

In Nederland werken we al een tijd met vier pijlers (ook wel "domeinen" genoemd). Deze vier pijlers zijn de bouwstenen van digitale geletterdheid. De SLO heeft ze inmiddels hergroepeerd in drie kerndoelen (daar vertellen we meer over in de tab "SLO Kerndoelen"), maar de inhoud is grotendeels hetzelfde. Het is handig om de vier pijlers te kennen, want veel bestaand lesmateriaal is hierop gebaseerd.

1

ICT-basisvaardigheden

Een computer of tablet kunnen bedienen, bestanden opslaan, typen, een presentatie maken. De basis die je nodig hebt om met technologie te werken.

2

Informatievaardigheden

Goed kunnen zoeken op internet, bronnen checken, beoordelen of informatie betrouwbaar is, en meerdere bronnen vergelijken.

3

Mediawijsheid

Bewust omgaan met media: nepnieuws herkennen, veilig zijn op social media, nadenken over wat je deelt en de invloed van reclame.

4

Computational thinking

Logisch denken zoals een computer: problemen in stappen oplossen, patronen herkennen, en eenvoudig leren programmeren.

Bron: SLO – Digitale geletterdheid · Kennisnet – Wegwijzer digitale geletterdheid

Per leeftijd: wat kan je kind al?

Niet elk kind hoeft hetzelfde te kunnen op dezelfde leeftijd. Maar er zijn wel richtlijnen voor wat je per groep kunt verwachten. Hieronder een globaal overzicht:

🌱 Groep 1 - 2 (4 - 6 jaar)

Een tablet aanzetten en een app openen. Weten dat niet alles op internet echt is. Weten dat je niet zomaar op alles klikt. Basisregels: niet praten met onbekenden online.

🍀 Groep 3 - 4 (6 - 8 jaar)

Eenvoudig zoeken op internet. Weten wat een wachtwoord is en waarom het geheim moet blijven. Herkennen of iets reclame is. Simpele opdrachten met stappenvolgorde (basis computational thinking).

🌟 Groep 5 - 6 (8 - 10 jaar)

Meerdere bronnen vergelijken. Een presentatie of document maken. Nadenken over wat je online deelt. Eerste stappen in programmeren (bijv. Scratch). Begrijpen wat een algoritme is.

🏆 Groep 7 - 8 (10 - 12 jaar)

Nepnieuws herkennen en checken. Begrijpen hoe algoritmes en AI werken. Programmeren (Scratch of Hedy). Bewust omgaan met social media, privacy en online reputatie. Nadenken over de impact van technologie.

Verschil: mediawijsheid vs. digitale geletterdheid

Veel mensen gebruiken de termen door elkaar. Dat is begrijpelijk, want ze overlappen flink. Maar er is wel een belangrijk verschil:

Mediawijsheid is een onderdeel van digitale geletterdheid. Het gaat specifiek over hoe je omgaat met media-inhoud: nieuws, social media, reclame, video's, influencers. Je kunt het zien als "kritisch kijken en luisteren" in de digitale wereld.

Digitale geletterdheid is het overkoepelende geheel. Het omvat mediawijsheid, maar ook: technische vaardigheden (een computer gebruiken), informatievaardigheden (goed zoeken en bronnen checken), en computational thinking (logisch denken en programmeren).

In de nieuwe SLO kerndoelen zitten beide. Je hoeft dus niet apart les te geven in "mediawijsheid" en in "digitale geletterdheid". Het zit allemaal in dezelfde set kerndoelen. Als je de kerndoelen volgt, heb je alles gedekt.

Cijfers & feiten

Om de urgentie te onderstrepen, hier een aantal opvallende cijfers uit recent onderzoek:

  • 96% van de kinderen tussen 8 en 12 jaar gebruikt dagelijks internet (bron: Iene Miene Media, Netwerk Mediawijsheid).
  • 4 op de 10 leerkrachten voelen zich voldoende bekwaam om digitale geletterdheid te geven (bron: Onderwijsinspectie, Peil.Digitale geletterdheid).
  • Computational thinking scoort het allerlaagst qua aandacht en implementatie op Nederlandse basisscholen (bron: Onderwijsinspectie).
  • Vanaf 2027 worden de kerndoelen digitale geletterdheid wettelijk verplicht, met inspectietoezicht vanaf 2031 (bron: SLO / Ministerie van OCW).
  • Vanaf 2027 ontvangen basisscholen €182 per leerling per jaar aan structurele bekostiging voor basisvaardigheden, inclusief digitale geletterdheid (bron: AVS / Rijksoverheid).

Bronnen: Onderwijsinspectie · Netwerk Mediawijsheid · SLO – Actualisatie kerndoelen · AVS – €182 per leerling

Laat kinderen dit direct zelf ervaren

In plaats van alleen lezen: laat ze oefenen met nepnieuws herkennen, veilig online gedrag en logisch denken. Kost maar 3-5 minuten per opdracht.

Probeer een oefening

Gratis · Geen account nodig · Direct starten

De SLO Kerndoelen Digitale Geletterdheid

De SLO (Stichting Leerplanontwikkeling) heeft in 2025 de definitieve conceptkerndoelen voor digitale geletterdheid opgeleverd aan het Ministerie van OCW. Dit zijn de doelen waar straks alle basisscholen aan moeten voldoen. Maar wat staat er eigenlijk in? We leggen het je uit in gewone taal.

Overzicht: drie kerndoelen

Waar scholen vroeger werkten met vier losse domeinen (ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking), zijn er nu drie kerndoelen. De inhoud van de vier oude domeinen is nog steeds bruikbaar en komt terug in de drie nieuwe kerndoelen. Elk kerndoel heeft meerdere "doelzinnen" die preciezer beschrijven wat een leerling moet leren.

22

Praktische kennis & vaardigheden

De leerling zet digitale technologie en digitale media in.

23

Ontwerpen & maken

De leerling creëert digitale producten.

24

De gedigitaliseerde wereld

De leerling participeert in de gedigitaliseerde wereld.

Bron: SLO – Definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid

Kerndoel 22: Praktische kennis & vaardigheden

Dit kerndoel gaat over de basis: kinderen leren om technologie en media te gebruiken als gereedschap. Het is niet alleen "knoppen leren drukken", maar écht snappen hoe digitale dingen werken en ze doelgericht inzetten.

De doelzinnen uitgelegd:

  • A. Digitale systemen functioneel inzetten. Denk aan: een document maken in een tekstverwerkingsprogramma, een bestand opslaan op de juiste plek, een e-mail sturen, of een spreadsheet gebruiken om iets uit te rekenen. Maar ook: snappen hoe je een video-oproep doet of een digitaal formulier invult.
  • B. Navigeren in het digitale informatielandschap. Goed leren zoeken op internet. Niet alleen googelen, maar ook: beoordelen welke bronnen betrouwbaar zijn. Meerdere bronnen vergelijken. Weten hoe je een goede zoekterm maakt. En snappen dat zoekmachines niet altijd de "beste" resultaten bovenaan zetten, maar vaak de populairste.
  • C. Data en dataverwerking verkennen. Kinderen leren wat "data" is (simpel gezegd: gegevens die een computer opslaat) en hoe je data kunt gebruiken. Bijvoorbeeld: gegevens in een grafiek zetten om iets duidelijk te maken. Of: snappen dat apps data over jou verzamelen.
  • D. AI verkennen. Kinderen ontdekken wat kunstmatige intelligentie is. Ze leren dat AI ook fouten maakt (een zogenaamde "hallucinatie"), dat AI niet zelf "denkt" maar patronen nabootst, en dat het belangrijk is om kritisch te kijken naar wat AI maakt.
💡 Voorbeeld voor in de klas

Laat leerlingen een werkstuk maken over een dier. Ze zoeken informatie op internet, checken bij minstens twee bronnen of het klopt, maken er een digitaal document van, en voegen een grafiek toe met gegevens over het dier (bijvoorbeeld leefgebied, gewicht, populatie). Zo raak je in één les meerdere doelzinnen van kerndoel 22 en je leerlingen hebben er niet eens door dat ze aan "digitale geletterdheid" bezig zijn.

Kerndoel 23: Ontwerpen & maken

Bij dit kerndoel gaat het niet om consumeren, maar om zelf dingen maken. Kinderen worden geen passieve gebruikers, maar actieve makers. Dit is het kerndoel waar computational thinking het sterkst terugkomt.

De doelzinnen uitgelegd:

  • A. Digitale producten creëren en gebruiken. Een presentatie maken, een poster ontwerpen, een filmpje monteren, een website bouwen. Maar ook: nadenken over wie je publiek is en hoe je jouw boodschap het beste kunt overbrengen. Het gaat dus niet alleen om het technische, maar ook om het ontwerp-denken erachter.
  • B. Programmeren met computationele denkstrategieën. Leerlingen leren een computerprogramma schrijven. Dat klinkt ingewikkeld, maar het kan al met visuele programmeertalen zoals Scratch (voor groep 4-6) of Hedy (voor groep 6-8, ontwikkeld door de Vrije Universiteit Amsterdam). Het gaat niet om het leren van een programmeertaal, maar om het leren denken in stappen, logica en oplossingen. Vaardigheden die overal van pas komen.

Computational thinking is géén computerles. Het is een manier van denken die je overal kunt toepassen. Een recept volgen? Dat is een algoritme. Een probleem in stukjes hakken? Dat is decompositie. Iets overbodigs wegstrepen? Dat is abstractie. Je leert het ook zonder computer, door gewoon samen te puzzelen en na te denken.

Kerndoel 24: De gedigitaliseerde wereld

Dit is het kerndoel waar mediawijsheid het sterkst terugkomt. Het gaat over veilig, bewust en verantwoordelijk meedoen in de online wereld. Dit kerndoel raakt het dagelijks leven van kinderen het meest direct.

De doelzinnen uitgelegd:

  • A. Veilig omgaan met digitale systemen, data en privacy. Sterke wachtwoorden gebruiken. Weten wat je wel en niet online deelt. Snappen wat er met jouw gegevens gebeurt als je een app downloadt. Weten wat "cookies" zijn en waarom websites die gebruiken.
  • B. Kritisch en bewust omgaan met digitale media. Nepnieuws herkennen. Begrijpen dat influencers betaald worden voor reclame. Weten hoe een algoritme bepaalt wat jij te zien krijgt op TikTok of YouTube. Snappen dat niet alles wat je online ziet representatief is voor de werkelijkheid.
  • C. Respectvol en verantwoordelijk online handelen. Niet cyberpesten. Nadenken over de gevolgen van wat je post. Weten wat je moet doen als iemand je online lastigvalt. Begrijpen dat wat je online zet, er eigenlijk nooit meer helemaal af gaat.
  • D. Nadenken over de impact van technologie op jezelf en de samenleving. Wat doet social media met je gevoel? Waarom vergelijk je jezelf met anderen op Instagram? Wat zijn de voordelen en nadelen van AI? Hoe beïnvloedt technologie de manier waarop we met elkaar omgaan?
⚠ Belangrijk

Kerndoel 24 is niet alleen een "theorieles". Het gaat over echte situaties uit het leven van kinderen. Gebruik actuele voorbeelden: een viral TikTok, een nep-nieuwsbericht, een scam in een populaire game, of een AI-gegenereerde foto die er heel echt uitziet. Hoe dichter bij de belevingswereld, hoe beter het beklijft.

Tijdlijn: wanneer wordt het verplicht?

De kerndoelen digitale geletterdheid worden stap voor stap ingevoerd. Dit is het schema:

  • September 2025: De definitieve conceptkerndoelen zijn opgeleverd door de SLO aan het ministerie van OCW.
  • November 2025: De functionele kerndoelen (voor speciaal onderwijs) zijn ook opgeleverd.
  • 2026 (nu): Scholen kunnen zich alvast voorbereiden. De kerndoelen staan nog niet in de wet, maar je kunt er al mee aan de slag. Het ministerie is bezig met het wetgevingstraject.
  • Schooljaar 2027-2028: De kerndoelen worden naar verwachting officieel vastgelegd in de wet. Vanaf dan zijn ze verplicht.
  • 2027 - 2031: Scholen krijgen ondersteuning, professionalisering en tijd om het stap voor stap in te voeren.
  • Vanaf 2031: De Onderwijsinspectie start met het toezicht op de volledige implementatie.

Bron: actualisatiekerndoelen.nl · Kennisnet – Nieuwe kerndoelen · KIEN

Tip voor scholen: Wacht niet tot 2027. Hoe eerder je begint, hoe soepeler de overgang. En het mooie is: je hoeft niet alles tegelijk te doen. Begin met kleine stappen. Zelfs een kort klasgesprek over online veiligheid telt en bouw het elk jaar een beetje uit.

Subsidie & bekostiging

Goed nieuws: er is geld beschikbaar. De overheid snapt dat digitale geletterdheid niet vanzelf gaat en heeft daarom structurele financiering beschikbaar gesteld.

  • Subsidieregeling "Verbetering basisvaardigheden 2025": De laatste algemene subsidieronde voor basisvaardigheden, met aanvraagperiodes in februari en september 2025. Digitale geletterdheid valt hier expliciet onder. Dit is onderdeel van het Masterplan Basisvaardigheden van het ministerie van OCW.
  • Vanaf 1 januari 2027: structurele bekostiging. Elke basisschool ontvangt vanaf dan een vast bedrag van €182 per leerling per jaar, specifiek voor basisvaardigheden (taal, rekenen, burgerschap én digitale geletterdheid). Dit is geen eenmalige subsidie, maar een structureel, jaarlijks budget.

Dat betekent: als jouw school 200 leerlingen heeft, ontvang je vanaf 2027 elk jaar €36.400 extra budget voor basisvaardigheden, waar je digitale geletterdheid uit kunt bekostigen. Dit geld mag je onder andere besteden aan leermiddelen, software, oefenplatforms en nascholing.

DUS-I (de uitvoeringsorganisatie van de subsidie) stelt dat scholen de subsidie mogen gebruiken voor de aanschaf van leerlingvolgsystemen of instrumenten die vaardigheidsscores tonen. Een oefenplatform met voortgangsdashboard kan dus bekostigd worden uit dit budget.

Bron: AVS – €182 per leerling vanaf 2027 · DUS-I

Wat verwacht de Onderwijsinspectie?

Vanaf 2031 gaat de Onderwijsinspectie toezicht houden op digitale geletterdheid. Maar wat kijken ze dan precies naar?

  • Of de school een visie en plan heeft voor digitale geletterdheid.
  • Of het structureel is ingebed in het curriculum (niet alleen een projectweek per jaar).
  • Of de drie kerndoelen voldoende aan bod komen in het onderwijsaanbod.
  • Of de school kan laten zien wat leerlingen hebben geleerd (denk aan een portfolio, voortgangsrapportages of resultaten uit een oefenplatform).
  • Of er voldoende aandacht is voor alle drie de domeinen, inclusief computational thinking (dat nu vaak onderbelicht is).

Officiële bronnen

Wil je meer lezen? Hier vind je de officiële bronnen die we voor deze pagina hebben gebruikt:

Werk direct aan alle 3 de kerndoelen

Oefeningen voor kerndoel 22, 23 en 24. Leerlingen werken zelfstandig, jij houdt overzicht.

Bekijk oefeningen per kerndoel

Ideaal voor in de klas · Geen nakijkwerk

Mediawijsheid & Digitale Geletterdheid in de Klas

Je hebt al genoeg op je bordje. Rekenen, taal, wereldoriëntatie, sociaal-emotioneel leren... en nu komt daar digitale geletterdheid bij. We snappen het. Daarom hebben we deze gids gemaakt: praktisch, concreet en zonder jargon. Je hebt hier iets aan, beloofd.

Waar begin je?

Het belangrijkste: je hoeft niet alles in één keer te doen. Begin klein. Kies één onderwerp dat jou aanspreekt (bijvoorbeeld nepnieuws of online veiligheid) en doe daar een paar korte lessen over. Bouw het daarna langzaam uit.

Een goed startpunt in drie stappen:

  1. Kijk waar je al bezig bent. Doe je iets met werkstukken waarbij kinderen op internet zoeken? Dan doe je al aan informatievaardigheden. Gebruik je een digibord? Dan oefen je al ICT-vaardigheden. Je doet waarschijnlijk al meer dan je denkt.
  2. Kies één thema per periode. Bijvoorbeeld: blok 1 = online veiligheid, blok 2 = nepnieuws, blok 3 = programmeren, blok 4 = social media & reclame. Zo verdeel je het over het jaar en wordt het behapbaar.
  3. Gebruik kant-en-klare materialen. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er zijn gratis oefenplatforms (zoals KidsDigitaal) en lesmaterialen beschikbaar die precies aansluiten op de kerndoelen.
Screenshot van het KidsDigitaal oefenening over digitale veiligheid

Combineren met andere vakken

De SLO zegt het zelf: digitale geletterdheid is geen losstaand vak. Het is bedoeld om te combineren met vakken die je al geeft. Dat scheelt tijd én maakt het leuker voor de leerlingen, want ze leren digitale vaardigheden in een context die ze herkennen.

Hier zijn concrete combinaties:

  • Taal + informatievaardigheden: Laat leerlingen voor een werkstuk informatie zoeken op internet. Bespreek samen: hoe weet je of een bron betrouwbaar is? Wat maakt een website betrouwbaar?
  • Wereldoriëntatie + mediawijsheid: Bij het thema "Landen en culturen" kun je bespreken hoe nieuws uit andere landen tot ons komt, en of dat altijd eerlijk is. Of bij "De Romeinen" een opdracht doen: zoek drie websites over de Romeinen en bespreek welke het meest betrouwbaar is.
  • Rekenen + computational thinking: Laat leerlingen een stappenplan (algoritme) maken om een rekenprobleem op te lossen. Of laat ze data verzamelen (bijv. hoeveel kinderen welk huisdier hebben) en in een grafiek zetten met een digitaal hulpmiddel.
  • Kunst + digitaal ontwerpen: Laat leerlingen een poster of uitnodiging ontwerpen op de computer in plaats van met papier en stift. Of laat ze een kort filmpje maken en monteren.
  • Burgerschap + online participatie: Bespreek hoe je online respectvol met elkaar omgaat. Hoe reageer je op iets waarmee je het niet eens bent? Wat is het verschil tussen een mening en een feit?
💡 Gouden tip

Plan digitale geletterdheid niet als een extra les, maar als een kort tussendoortje van 3 tot 5 minuten. Net als een dictee of een sommetje tussendoor. Op een oefenplatform als KidsDigitaal doen leerlingen een korte module, en jij hoeft niets voor te bereiden. Zo wordt het een gewoonte in plaats van een belasting.

Praktische lesvoorbeelden per groep

Groep 3-4: "Mag je dat zomaar klikken?"

Laat een grappig nepplaatje zien (bijvoorbeeld: een kat die een auto bestuurt). Vraag: "Is dit echt?" Bespreek dat niet alles op internet echt is. Laat kinderen vervolgens drie plaatjes beoordelen: echt of nep? Dit duurt maar 5 minuten en kinderen vinden het geweldig. Sluit af met de regel: "Als je twijfelt, vraag het aan een volwassene."

Groep 5-6: "De bronnencheck"

Geef de klas een stelling: "Kauwgom zit 7 jaar in je maag." Laat ze op internet zoeken of dit klopt. Ze moeten minstens twee bronnen vinden en opschrijven waarom ze die bron vertrouwen (of juist niet). Bespreek daarna: welke bronnen waren betrouwbaar en welke niet? Wat maakt een website betrouwbaar? Introduceer eventueel het concept "lateral reading": niet alleen op de website zelf kijken, maar ook zoeken wat anderen over die bron zeggen.

Groep 7-8: "Influencer of reclame?"

Laat een TikTok of Instagram-post zien van een bekende influencer die een product promoot. Vraag: "Is dit een eerlijke mening of reclame?" Bespreek het verschil. Laat leerlingen zoeken of er "#ad" of "#samenwerking" bij staat. Ga in op de vraag: mag een influencer zomaar alles zeggen over een product? Wat als een vriend iets aanraadt omdat die er geld voor krijgt zonder dat te zeggen?

Groep 7-8: "AI detective"

Laat twee teksten zien over hetzelfde onderwerp: één geschreven door een mens, één door een AI-tool. Laat leerlingen in groepjes raden welke door AI is gemaakt. Bespreek: hoe kun je dat zien? Zijn er "red flags"? Wat betekent het als je niet meer kunt zien of iets door een mens of machine is gemaakt?

Nepnieuws in de klas

Nepnieuws is een van de belangrijkste onderwerpen binnen mediawijsheid. Kinderen komen er dagelijks mee in aanraking via social media, YouTube en zelfs via klasgenoten die dingen doorsturen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen het lastig vinden om nepnieuws te herkennen, vooral als het er professioneel uitziet.

Leer ze de STOP-methode:

  • Stop: niet zomaar geloven of doorsturen. Eerst even nadenken.
  • Trek het na: zoek het op bij een andere, betrouwbare bron (bijv. NOS, Jeugdjournaal, of een betrouwbare encyclopedie).
  • Onderzoek de bron: wie heeft dit geschreven of gemaakt? Is dat een betrouwbare partij? Bestaat die persoon of website echt?
  • Praat erover: bespreek het met een volwassene, een leerkracht of met je klas.

Lateral reading: Een wetenschappelijk bewezen techniek, ontwikkeld door onderzoekers aan Stanford University. In plaats van op één website te blijven en te kijken of die er "betrouwbaar" uitziet, leer je leerlingen om direct een nieuw tabblad te openen en te zoeken wat anderen over die bron zeggen. Dit is veel effectiever dan de oude methode van "kijk naar de URL of de 'Over ons'-pagina". Wil je hier meer over weten? Kijk op de website van de Digital Inquiry Group (Stanford).

Wil je dit gelijk uitproberen met je klas? Op KidsDigitaal staat een kant-en-klare nepnieuws-quiz. Leerlingen beoordelen berichten op betrouwbaarheid en leren de STOP-methode in de praktijk. Duurt 5 minuten, ideaal als afsluiter na een klassengesprek. Probeer de nepnieuws-quiz →

Cyberpesten aanpakken

Cyberpesten is een van de grootste zorgen van ouders en leerkrachten. Het verschil met "gewoon" pesten: het stopt niet als de school uit is. Het gaat 24/7 door, via WhatsApp-groepen, sociale media en games. Het kan anoniem gebeuren. En het bereikt vaak een veel groter publiek dan pesten op het schoolplein.

Wat kun je doen in de klas?

  • Bespreek het openlijk. Maak het bespreekbaar, niet als strafles maar als normaal gespreksonderwerp. "Wat zou jij doen als je ziet dat iemand gepest wordt in een groepsapp?"
  • Maak afspraken. Stel samen met de klas regels op voor online gedrag: "Wat zeg je wel en niet online?" Hang ze op in de klas. Laat de kinderen zelf meedenken, dat vergroot het draagvlak.
  • Oefen met situaties. Gebruik rollenspellen of casussen. "Stel: iemand plaatst een gênante foto van jou zonder toestemming. Wat doe je? En: wie is er verantwoordelijk?"
  • Weet waar je leerlingen naartoe kunt verwijzen. De Kindertelefoon (0800-0432) is 24/7 bereikbaar, ook via chat. Voor ernstige situaties kun je terecht bij de politie of het Meldpunt Kinderporno & Digitaal Kindermisbruik.
  • Signaleer vroegtijdig. Let op signalen: kinderen die zich terugtrekken, ineens niet meer naar school willen, of schrikken als ze een berichtje krijgen.

Programmeren: makkelijker dan je denkt

Veel leerkrachten schrikken van het woord "programmeren". Dat snap je: je bent opgeleid als groepsleerkracht, niet als softwareontwikkelaar. Maar programmeren voor kinderen is iets heel anders dan wat je je erbij voorstelt.

Bij programmeren in het basisonderwijs gaat het om logisch denken. Kinderen slepen kleurige blokjes in een bepaalde volgorde, en dan doet een personage op het scherm wat zij bedacht hebben. Dat is het. Geen ingewikkelde code, geen zwart scherm met cryptische tekens. Het is meer puzzelen dan coderen.

Handige tools voor programmeren op de basisschool:

  • Scratch (MIT): Gratis, visueel, beschikbaar in het Nederlands. Perfect voor groep 4 tot 6. Kinderen slepen blokjes om personages te laten bewegen, muziek te laten spelen of verhalen te maken.
  • Hedy: Ontwikkeld door de Vrije Universiteit Amsterdam. Bouwt stap voor stap op van blokjes naar echte tekst-code. Beschikbaar in het Nederlands (en 47 andere talen). Ideaal voor groep 6 tot 8.
  • Code.org: Gratis cursussen met bekende figuren (Minecraft, Star Wars). Leuk voor de onderbouw en om kennis te maken met programmeren.

AI in de klas

Kunstmatige intelligentie (AI) is overal. Je leerlingen gebruiken het al, misschien zonder dat ze het weten: Siri, Google Assistent, filters op Snapchat, aanbevelingen op YouTube, en steeds vaker ook tools als ChatGPT voor huiswerk. Vanaf de nieuwe kerndoelen moeten kinderen ook leren wat AI is en er kritisch mee omgaan.

Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Hier zijn vier simpele les-ideeën:

  • "Geschreven door een mens of door AI?" Laat twee teksten zien over hetzelfde onderwerp: één geschreven door een mens, één door een AI. Laat leerlingen raden welke van AI is. Bespreek: hoe kun je dat zien? Wat zijn de verschillen?
  • "De AI-filter les." Laat zien hoe een AI-filter op Snapchat of TikTok werkt. Leg uit dat AI kijkt naar patronen in je gezicht. Bespreek: is het eerlijk dat een filter iedereen een smal gezicht of een gladde huid geeft? Wat doet dat met hoe je over jezelf denkt?
  • "AI als hulpje." Laat leerlingen een vraag stellen aan een AI-tool en bespreek het antwoord samen. Klopt het? Mist er iets? Is het bevooroordeeld? Zo leren ze dat AI niet altijd gelijk heeft en dat je altijd moet controleren.
  • "De AI-quiz." Laat AI een korte quiz maken over een onderwerp dat de klas net heeft geleerd. Bespreek samen: zijn de vragen goed? Kloppen de antwoorden? Zo leren leerlingen dat AI een handig hulpmiddel is, maar dat de mens de eindbaas blijft.

Handige tools en methodes

Je hoeft alles niet zelf te bedenken. Er zijn veel goede (en vaak gratis) bronnen beschikbaar:

  • KidsDigitaal: Gratis oefenplatform met interactieve modules voor groep 3 t/m 8, afgestemd op de SLO kerndoelen. Leerlingen oefenen zelfstandig, jij houdt overzicht via het dashboard. Geen voorbereiding nodig.
  • Kennisnet: Wegwijzer digitale geletterdheid met achtergrondinformatie, tips en praktijkvoorbeelden.
  • Expertisepunt Digitale Geletterdheid: Ondersteuning vanuit de overheid voor scholen bij de invoering van digitale geletterdheid.
  • MediaMasters: Jaarlijks spel in de Week van de Mediawijsheid (november). Leuk als startpunt, maar onvoldoende als enige bron (want het is maar één week per jaar).
  • HackShield: Gratis cybersecurity-game voor kinderen, gesteund door de politie.
  • Scratch / Hedy / Code.org: Gratis programmeerplatforms (zie hierboven).

Geen tijd? Zo los je het op

Zelf een les maken
45 min
Met KidsDigitaal
0 min

De meest gehoorde klacht van leerkrachten is: "Ik heb er gewoon geen tijd voor." Begrijpelijk, het curriculum is al overvol. Maar digitale geletterdheid hoeft niet veel tijd te kosten als je het slim aanpakt:

  • Integreer het. Geen apart lesuur, maar combineren met wat je al doet (zie hierboven). Zo kost het geen extra tijd, maar geeft het je bestaande lessen extra diepte.
  • Gebruik microlearning. Korte oefeningen van 3 tot 5 minuten. Leerlingen doen ze zelfstandig op een tablet of laptop, terwijl jij rondloopt. Net als bij lezen of rekenen op een oefenapp.
  • Begin met de "quick wins". Een klasgesprek over online veiligheid van 10 minuten telt ook. Een snelle quiz over nepnieuws telt ook. Het hoeft niet meteen een heel project te zijn. Alles is beter dan niets.
  • Plan het in op vaste momenten. Bijvoorbeeld: elke dinsdag 10 minuten na de pauze. Als het een gewoonte is, kost het minder mentale energie om het in je planning te passen.
  • Laat leerlingen zelfstandig werken. Op een platform als KidsDigitaal werken leerlingen zelfstandig aan oefeningen. Jij hoeft niet voor te bereiden, niet na te kijken, en ziet in het dashboard wie wat gedaan heeft.
Geen tijd? Dit kost je 0 minuten voorbereiding

Laat leerlingen zelfstandig oefenen terwijl jij overzicht houdt. Perfect als tussendoortje tussen twee lessen.

Test een oefening zonder account

Direct te gebruiken in de klas · Groep 3 t/m 8

Ouders betrekken

Digitale geletterdheid stopt niet bij het schoolplein. Betrek ouders erbij, want zij spelen thuis een grote rol. Een paar ideeën:

  • Stuur een brief of nieuwsbericht aan het begin van het jaar waarin je uitlegt dat de klas aan digitale geletterdheid gaat werken, en wat ouders thuis kunnen doen.
  • Deel een link naar gratis oefenmateriaal (zoals KidsDigitaal) zodat kinderen ook thuis kunnen oefenen.
  • Organiseer een ouderavond over online veiligheid. Veel ouders weten zelf niet goed hoe ze hun kind online moeten begeleiden. Je hoeft geen expert te zijn, je kunt samen zoeken naar antwoorden.
  • Verwijs ouders naar deze pagina voor praktische tips (zie de tab "Voor ouders").
Morgen al inzetten in je klas

Leerlingen openen KidsDigitaal, kiezen een oefening en gaan aan de slag. Jij ziet in het dashboard wie wat gedaan heeft. Duurt 3-5 minuten per oefening, past in elk rooster.

Maak een gratis docentenaccount

Binnen 1 minuut klaar · Geen creditcard · Direct lessen toewijzen

Mediawijsheid & Digitale Geletterdheid voor Ouders

Als ouder wil je dat je kind veilig opgroeit. Vroeger betekende dat: oppassen bij het oversteken en niet met vreemden meegaan. Nu betekent het ook: oppassen op internet. Maar hoe doe je dat, zonder alles te verbieden? Op deze pagina geven we je concrete tips die je direct kunt toepassen.

Jouw rol als ouder

Laten we eerlijk zijn: je kind weet waarschijnlijk beter hoe een tablet werkt dan jij. En dat is oké. Jouw rol als ouder is niet om de technische expert te zijn. Jouw rol is om je kind te begeleiden. Net zoals je leert om veilig over te steken, leer je ook om veilig online te zijn. Jij bent de gids, niet de IT-afdeling.

De drie belangrijkste dingen die je kunt doen:

  1. Wees betrokken. Vraag wat je kind online doet. Niet als controle, maar uit oprechte interesse. "Wat heb je vandaag gekeken op YouTube?" "Welk spelletje speel je?" "Wie zijn die YouTubers die je altijd kijkt?" Dat opent het gesprek en laat zien dat je hun wereld serieus neemt.
  2. Geef het goede voorbeeld. Als jij de hele avond op je telefoon zit, kun je moeilijk zeggen dat je kind niet te veel op een scherm mag. Kinderen kopiëren wat ze zien. Leg je telefoon af en toe bewust weg.
  3. Maak afspraken samen. Niet: "Jij mag maar een uur op je tablet." Maar: "Laten we samen bedenken wat eerlijk is." Kinderen die meedenken over de regels, houden zich er beter aan. Maak het een teameffort.
Screenshot van het KidsDigitaal oefenening over digitale veiligheid

Schermtijd: hoeveel is oké?

De eeuwige vraag. Er is geen magisch getal dat voor elk kind werkt, want elk kind is anders. Maar er zijn wel richtlijnen die je kunt gebruiken als vertrekpunt:

  • 0 - 2 jaar: Geen schermen. Dit is cruciaal om de taal- en hersenontwikkeling niet te verstoren.
  • 2 - 4 jaar: Maximaal 30 minuten per dag. Doe dit samen en kies content die educatief is.
  • 4 - 8 jaar: Maximaal 1 uur per dag. Las regelmatig pauzes in (zoals de 20-20-2 regel tegen bijziendheid) en vermijd schermen vlak voor het slapen.
  • 8 - 10 jaar: Maximaal 1,5 uur per dag. Wissel voldoende af met buitenspelen en andere activiteiten.
  • 10 - 12 jaar: Maximaal 2 uur per dag. Bespreek welke apps ze gebruiken en waarom, en maak afspraken over schermvrije momenten (bijv. tijdens het eten).
💡 Het gaat niet alleen om hoeveel

Net zo belangrijk als de hoeveelheid is de kwaliteit. Een kind dat 30 minuten aan het programmeren is in Scratch, is heel anders bezig dan een kind dat 30 minuten TikTok-filmpjes scrollt. Het ene is actief en leerzaam, het andere is passief consumeren. Kijk dus niet alleen naar de klok, maar ook naar wat je kind doet.

Sociale media & je kind

De minimumleeftijd voor de meeste sociale media (TikTok, Instagram, Snapchat) is 13 jaar. Toch gebruiken veel kinderen op de basisschool het al. Verbieden werkt vaak averechts want ze doen het dan stiekem. Wat kun je wel doen?

  • Ken de apps die je kind gebruikt. Download ze zelf en verken ze. Zo snap je waar je kind mee bezig is en kun je er over meepraten.
  • Bespreek de risico's, zonder te dramatiseren. "Op TikTok kun je leuke dingen zien, maar er staan ook dingen op die niet echt zijn of die niet voor kinderen bedoeld zijn. Als je iets ziet dat je raar of ongemakkelijk vindt, kom je het me vertellen?"
  • Zet privacy-instellingen goed. Zorg dat het profiel van je kind op privé staat. Zet de locatie-deling uit. Schakel reacties van onbekenden uit. Dit zijn kleine stappen die een groot verschil maken.
  • Volg je kind. Niet stiekem, maar openlijk. "Ik volg je op Instagram, niet om je te controleren, maar zodat ik weet wat er speelt."
  • Stel samen een 'social media contract' op. Maak afspraken over wat wel en niet mag: welke apps, wanneer, hoeveel, en wat ze wel/niet online delen.

Gaming: kansen en risico's

Gaming is niet per definitie slecht. Veel games zijn juist leerzaam: ze vragen om strategie, samenwerking en probleemoplossend denken. Minecraft stimuleert creativiteit. Puzzelgames trainen logisch denken. En online games leren kinderen samenwerken op afstand. Maar er zijn wel dingen om op te letten:

  • In-app aankopen. Veel "gratis" games verdienen geld doordat kinderen dingen kopen in de app: skins, lootboxes, extra levens. Kinderen snappen vaak niet dat dit om echt geld gaat. Zet een pincode op aankopen in de App Store of Play Store. Bespreek met je kind wat dingen kosten in het echt.
  • Contact met vreemden. In online games kunnen kinderen chatten met onbekenden. Bespreek dat ze nooit hun echte naam, leeftijd, school of adres mogen delen met mensen die ze niet in het echt kennen.
  • Leeftijdsclassificatie (PEGI). Kijk naar het PEGI-keurmerk op games. Een game met PEGI 12 is niet geschikt voor een kind van 8. Net als bij films. Meer info op pegi.info.
  • Verslavend ontwerp. Games zijn bewust ontworpen om je zo lang mogelijk te laten spelen: beloningssystemen, dagelijkse missies, seizoensgebonden content. Maak afspraken over speeltijden en houd je eraan.

In gesprek over online ervaringen

Het belangrijkste dat je als ouder kunt doen is het gesprek open houden. Hier zijn een paar gespreksopeners die werken:

  • "Wat is het leukste dat je vandaag online hebt gezien?"
  • "Heb je weleens iets gezien op internet dat je raar of eng vond?"
  • "Wie zijn die YouTubers die je altijd kijkt? Wat vind je er leuk aan?"
  • "Stel, iemand stuurt je een bericht en je kent diegene niet. Wat zou je doen?"
  • "Wist je dat die influencer betaald wordt om dat product te laten zien?"
  • "Heb je weleens iets online gezien waarvan je niet wist of het echt was?"
  • "Wat zou je doen als iemand in je klas online gepest wordt?"

Het doel is niet om je kind bang te maken, maar om samen na te denken. Als je kind weet dat het altijd bij jou terecht kan zonder straf of oordeel, zal het dat ook doen als er iets vervelends gebeurt.

Online veiligheid: de basisregels

Maak samen met je kind een lijst van afspraken. Hang ze bijvoorbeeld op de koelkast of bij de computer. Dit zijn de belangrijkste:

  1. Deel nooit je echte naam, school, adres of telefoonnummer online. Gebruik een nickname.
  2. Gebruik sterke wachtwoorden en gebruik voor elke app een ander wachtwoord. Een sterk wachtwoord is lang en bevat letters, cijfers en tekens.
  3. Klik niet zomaar op links die je via een berichtje krijgt, ook niet van vrienden (hun account kan gehackt zijn). Als je twijfelt, vraag het eerst aan een volwassene.
  4. Stuur nooit foto's van jezelf naar mensen die je niet in het echt kent. Wat je verstuurt, kun je niet meer terughalen.
  5. Als iemand je online lastigvalt: vertel het aan een volwassene. Jij bent niet de schuldige. Het is niet jouw schuld als iemand anders iets vervelends doet.
  6. Niet alles op internet is waar. Als iets te mooi klinkt om waar te zijn, is het dat waarschijnlijk ook. Check het altijd bij een andere bron.
  7. Wat je online plaatst, blijft online. Zelfs als je het verwijdert, kan iemand een screenshot hebben gemaakt. Denk na vóórdat je iets deelt.
⚠ Let op: grooming

Grooming is wanneer een volwassene online het vertrouwen van een kind wint met als doel misbruik. Leer je kind: als iemand online vraagt om iets geheim te houden, is dat juist het moment om het wél te vertellen aan een volwassene. Meer informatie vind je bij het Centrum Seksueel Geweld (0800-0188) of de politie.

Wil je dat je kind zelf leert herkennen wanneer iets online niet pluis is? Op KidsDigitaal oefenen kinderen met herkenbare situaties over online veiligheid, privacy en cyberpesten. Korte opdrachten die ze zelfstandig doen op tablet, laptop of telefoon. Bekijk de oefeningen over online veiligheid →

In-app aankopen & finfluencers

Kinderen groeien op met "finfluencers": influencers die het hebben over geld, rijkdom en luxeproducten. Ze laten peperdure auto's zien, designerkleding en "passief inkomen". Het probleem: het beeld dat ze schetsen is vaak niet realistisch, maar kinderen geloven het wel. Ze denken dat rijkdom normaal en makkelijk bereikbaar is.

Wat kun je doen?

  • Bespreek dat wat je op social media ziet niet de werkelijkheid is. Die influencer laat alleen het mooie zien, niet de schulden, de gesponsorde deals of de montage.
  • Leg uit hoe reclame werkt op social media. Veel influencers krijgen betaald om producten te promoten. Dat moeten ze melden met #ad of #samenwerking, maar dat doen ze niet altijd.
  • Praat over geld op een manier die past bij de leeftijd. Wat kost een boodschappentas? Hoeveel is €100 eigenlijk? Hoeveel skins in Fortnite kun je kopen van een week zakgeld?
  • Zet betalingsbeveiliging aan op alle apparaten: pincode op aankopen, geen opgeslagen creditcardgegevens die je kind kan gebruiken, en bekijk regelmatig de aankoopgeschiedenis.

AI thuis bespreken

Je kind komt steeds vaker in aanraking met AI: via chatbots, AI-filters op social media, aanbevelingen op YouTube, en misschien zelfs AI-tools voor huiswerk. Het is goed om hier thuis over te praten.

Een paar tips:

  • Laat samen zien wat AI kan en wat niet. Stel samen een vraag aan een AI-tool en kijk of het antwoord klopt. Vaak zitten er fouten in, en dat is een goede les: AI is een hulpmiddel, geen alweter.
  • Bespreek eerlijkheid. Als je kind AI gebruikt voor een werkstuk, is dat dan eerlijk? Waar ligt de grens? Dit is een goed gesprek om samen te hebben, want er is geen eenduidig antwoord.
  • Leg uit dat AI leert van data. AI weet dingen omdat het miljoenen teksten heeft gelezen. Maar dat betekent niet dat alles wat AI zegt klopt. Soms maakt AI dingen op die niet bestaan (zogenaamde "hallucinaties").

Thuis oefenen met je kind

Wil je thuis oefenen met mediawijsheid en digitale geletterdheid? Dat kan op KidsDigitaal. Je kind oefent in korte, leuke modules van slechts een paar minuten. Het past perfect als "huiswerkmomentje" of als vervanging voor een halfuurtje passieve schermtijd. Zo verandert schermtijd in leertijd.

Je kunt direct starten met de gratis oefeningen. Wil je later toegang tot alle oefeningen en werkbladen, dan kan dat met een betaald account maar dat hoeft niet. De gratis versie bevat al een goede selectie om mee te beginnen.

Maak van schermtijd leertijd

Je kind oefent zelfstandig met korte, leuke opdrachten over online veiligheid, nepnieuws en logisch denken. Duurt maar een paar minuten. Werkt op tablet, laptop en telefoon.

Bekijk de oefeningen

Gratis starten · Geen account nodig · Werkt op elk device

Veelgestelde vragen over mediawijsheid & digitale geletterdheid

Wat is het verschil tussen mediawijsheid en digitale geletterdheid?

Mediawijsheid is een onderdeel van digitale geletterdheid. Mediawijsheid gaat specifiek over hoe je omgaat met media-inhoud (nieuws, social media, reclame, video's). Digitale geletterdheid is breder en omvat ook technische vaardigheden, informatievaardigheden en computational thinking (logisch denken en programmeren). In de nieuwe SLO kerndoelen zitten beide.

Is digitale geletterdheid verplicht op de basisschool?

Vanaf schooljaar 2027-2028 worden de kerndoelen voor digitale geletterdheid naar verwachting officieel in de wet vastgelegd. Scholen krijgen daarna tot 2031 de tijd om het volledig in te voeren. Vanaf 2031 gaat de Onderwijsinspectie er ook op toezien. Het is dus sterk aan te raden om nu al te beginnen met de voorbereiding.

Bron: Kennisnet – Nieuwe kerndoelen

Hoeveel tijd kost digitale geletterdheid per week?

Dat hangt helemaal af van hoe je het aanpakt. Als je het integreert in je bestaande vakken (en dat is ook de bedoeling van de SLO), hoeft het niet veel extra tijd te kosten. Met oefeningen van 3 tot 5 minuten kun je het als een kort tussendoortje inplannen. Denk aan 10 tot 20 minuten per week, verdeeld over meerdere korte momenten. Dat is al voldoende om structureel aan de kerndoelen te werken.

Voor welke groepen is het bedoeld?

De kerndoelen gelden voor het hele primair onderwijs, dus van groep 1 tot en met groep 8. Uiteraard is de inhoud aangepast per leeftijd. In de onderbouw gaat het om basisvaardigheden (een tablet bedienen, herkennen dat niet alles echt is). In de bovenbouw gaat het om diepere vaardigheden (nepnieuws checken, programmeren, nadenken over de invloed van social media en AI).

Hoe beoordeel je digitale geletterdheid?

Digitale geletterdheid leent zich goed voor formatieve toetsing: je kijkt naar de voortgang en groei van de leerling, niet alleen naar een cijfer. Manieren om het te beoordelen zijn: observeren hoe leerlingen samenwerken aan een digitale opdracht, een portfolio laten bijhouden, of gebruik maken van een oefenplatform dat automatisch de voortgang bijhoudt (zoals KidsDigitaal, dat voortgangsdata per leerling bijhoudt).

Welke methodes en materialen zijn er?

Er zijn inmiddels verschillende bronnen beschikbaar:

Kan ik subsidie aanvragen voor digitale geletterdheid?

Ja. De subsidieregeling "Verbetering basisvaardigheden 2025" is de laatste algemene ronde. Vanaf 1 januari 2027 ontvangen alle basisscholen een structurele bekostiging van €182 per leerling per jaar voor basisvaardigheden, waar digitale geletterdheid onder valt. Dit budget mag je besteden aan leermiddelen, software, oefenplatforms en nascholing.

Bron: AVS – €182 per leerling vanaf 2027

Waar kan mijn kind oefenen met mediawijsheid?

Op KidsDigitaal.nl kan je kind gratis oefenen met mediawijsheid en digitale geletterdheid. De oefeningen zijn interactief, duren slechts 3 tot 5 minuten, en zijn afgestemd op de SLO kerndoelen. Er zijn oefeningen voor groep 3 tot en met groep 8. Je kunt direct starten, zonder abonnement.

Moet ik als leerkracht zelf een ICT-expert zijn?

Nee, absoluut niet. Je hoeft geen programmeur of IT-specialist te zijn om digitale geletterdheid te geven. Je rol is die van begeleider: je helpt kinderen nadenken over technologie, je stelt de goede vragen, en je gebruikt kant-en-klare materialen die het zware werk voor je doen. Het gaat niet om jouw technische kennis, maar om je pedagogische vaardigheden en die heb je als leerkracht al.

Wat als ik als ouder zelf niet digitaal vaardig ben?

Dat is helemaal oké. Je hoeft niet alles te weten om je kind te begeleiden. Het belangrijkste is dat je betrokken bent en het gesprek open houdt. Vraag je kind om je dingen uit te leggen. Kinderen vinden het geweldig om "de leraar" te zijn. En voor de rest kun je samen ontdekken: probeer samen een oefening, kijk samen naar een video, of lees samen een artikel. Leren doe je samen.

Benieuwd hoe de oefeningen eruitzien?

Bekijk de oefeningen voor mediawijsheid en digitale geletterdheid. Je kunt ze direct proberen, zonder account of voorbereiding.

Bekijk de oefeningen

Gratis · Groep 3 t/m 8 · Afgestemd op de kerndoelen

Disclaimer
De informatie op deze pagina is met grote zorg samengesteld op basis van openbare bronnen van onder andere de SLO, Kennisnet, de Onderwijsinspectie, het Ministerie van OCW en de AVS. KidsDigitaal is niet gelieerd aan deze organisaties. De kerndoelen zijn op het moment van schrijven (maart 2026) nog conceptkerndoelen; de wettelijke verankering is in voorbereiding. Bedragen, data en regelingen kunnen wijzigen. Raadpleeg altijd de officiële bronnen voor de meest actuele stand van zaken. De informatie op deze pagina is informatief van aard en vormt geen juridisch, financieel of pedagogisch advies. KidsDigitaal aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolledigheid van de geboden informatie, noch voor handelingen die op basis van deze informatie worden ondernomen.