Omtrek en oppervlakte oefenenStart met omtrek en oppervlakte oefenen

Voor groep 6 tot en met 8

Omtrek en oppervlakte oefenen, stap voor stap

Oefen het verschil tussen de rand en het vlak met figuren waarvan de maten precies kloppen. Elke les begint met een korte uitleg. Daarna kies je bij elke vraag het goede antwoord uit drie. De twee foute keuzes zijn fouten die vaak gemaakt worden, zoals cm in plaats van cm². Probeer de eerste oefening zonder account.

Probeer eerst zonder account. Daarna bepaal je zelf of Super nodig is.

  • Iedere dag 1 oefening gratis
  • Elke vraag met een figuur
  • Computer, tablet en telefoon
Voorbeeld van een oefeningGroep 6 tot 8
Omtrek 8 cm bij 5 cm26 cm
Oppervlakte 8 cm bij 5 cm40 cm²
1 m² is ___ dm²100
Geen account nodig om te proberen
Kies een groep

Waar wil je nu mee oefenen?

Klik op de groep die aan de beurt is en start meteen. Of open alle oefeningen omtrek en oppervlakte. Er zijn 33 lessen, verdeeld over drie groepen. Elk onderdeel heeft drie lessen en elke groep sluit af met een toets.

Twijfel je waar je moet beginnen? Begin bij groep 6. Wie hokjes en streepjes goed kan tellen, begrijpt later ook waarom lengte keer breedte werkt.

Direct antwoord

Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?

De omtrek is de rand, de oppervlakte is het vlak. De omtrek van een rechthoek is lengte + breedte + lengte + breedte, in cm of m. De oppervlakte is lengte keer breedte, in cm² of m². Een rechthoek van 8 cm bij 5 cm heeft een omtrek van 26 cm en een oppervlakte van 40 cm².

Lees de uitwerking per groep bij SLO
Zo reken je het uit

Vier stappen voor elke figuur

Met deze vier stappen los je bijna elke vraag over omtrek en oppervlakte op. Voor verhaaltjessommen met meten is er ook de pagina redactiesommen.

1

Rand of vlak

Gaat het om een hek, een lijst of een rondje lopen? Dan is het de omtrek. Gaat het om tegels, gras of verf op het hele vlak? Dan is het de oppervlakte.

2

Omtrek is alle zijden optellen

Tel alle zijden op, ook de zijden waar geen getal bij staat. Bij een rechthoek zijn de tegenoverliggende zijden even lang. Bij een vierkant doe je 4 keer de zijde.

3

Oppervlakte is lengte keer breedte

Bij een rechthoek doe je lengte keer breedte. Een L-vorm verdeel je in twee rechthoeken. Een driehoek heeft de helft van de oppervlakte van een rechthoek met dezelfde basis en hoogte.

4

Schrijf de goede maat erbij

Omtrek is een lengte, dus cm of m. Oppervlakte schrijf je met een tweetje erboven, dus cm² of m². Tussen m², dm² en cm² is de stap 100.

Waar het meestal misgaat

Drie fouten die je vaak ziet

Ze zeggen alle drie iets anders over wat er nog nodig is.

1

Omtrek en oppervlakte verwisselen

Bij een rechthoek van 8 cm bij 5 cm wordt dan 40 het antwoord op de vraag naar de omtrek. Vraag eerst of het om de rand of om het vlak gaat.

2

Maar twee zijden optellen

Er staan vaak maar twee getallen bij de figuur. Wie alleen 8 + 5 doet, heeft de helft van de rand. De omtrek is 8 + 5 + 8 + 5.

3

De maat vergeten of verkeerd kiezen

Een oppervlakte van 40 cm is fout, want cm is een lengte. Het moet 40 cm² zijn. Bij omrekenen gaat het ook vaak mis, want 1 m² is geen 10 dm² maar 100 dm².

Eerst proberen, daarna kiezen

Wat is gratis en wat geeft Super extra?

Je kunt eerst ervaren of de oefeningen passen. Wie vaker of met meerdere kinderen wil oefenen, kan daarna Super bekijken.

Gratis oefenen

Voor een rustige kennismaking.

  • Iedere dag 1 oefening
  • Bij een fout antwoord zie je het juiste antwoord
  • Geen installatie nodig
  • Maximaal 1 profiel met een gratis account
Voor gezinnen die willen dooroefenen

KidsDigitaal Super

Direct verder zonder dagelijkse oefenlimiet.

  • Oefen onbeperkt verder wanneer het oefenen net lekker loopt
  • Kies uit alle oefeningen wat extra aandacht nodig heeft
  • Print alle werkbladen voor oefenen zonder scherm
  • Maak voor maximaal 5 kinderen een profiel
  • Oefenen zonder advertenties
Bekijk Super en de actuele prijsBekijk prijs, looptijd en voorwaarden voordat je kiest.
Aansluiten op school

Wat komt er per groep aan bod?

De precieze planning verschilt per school en methode. Dit overzicht is de volgorde die in de lessen op KidsDigitaal zit.

Opbouw van omtrek en oppervlakte van groep 6 tot en met groep 8
GroepWaar de lessen over gaanVoorbeelden
Groep 6Het verschil tussen omtrek en oppervlakte. De omtrek tellen langs de rand en de oppervlakte tellen in hokjes van 1 cm², ook met halve hokjes.hek om de tuin, 14 streepjes, 12 hokjes
Groep 7De omtrek en de oppervlakte van een rechthoek en een vierkant uitrekenen. De goede maat kiezen, cm of cm² en m of m².8 + 5 + 8 + 5 = 26 cm, 8 × 5 = 40 cm²
Groep 8De L-vorm, oppervlaktematen omrekenen, de oppervlakte van een driehoek en wat er gebeurt als een figuur groter wordt.1 m² is 100 dm², 6 × 4 gedeeld door 2 = 12 cm²

Bron voor de opbouw is de uitwerking per groep van SLO (TULE) voor groep 5 en 6, groep 7 en 8 en het Referentiekader taal en rekenen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over omtrek en oppervlakte

Korte antwoorden over de formules, de maten, de groepen en het oefenen zonder account.

Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?

De omtrek is de lengte van de rand rondom een figuur. Die schrijf je in cm of m. De oppervlakte is hoe groot het vlak binnen de rand is. Die schrijf je in cm² of m². Een hek om de tuin gaat over de omtrek. Gras op de hele tuin gaat over de oppervlakte.

Hoe reken je de omtrek van een rechthoek uit?

Tel alle vier de zijden op. Een rechthoek van 8 cm lang en 5 cm breed heeft een omtrek van 8 + 5 + 8 + 5 = 26 cm. Je kunt ook 2 keer de lengte plus 2 keer de breedte doen.

Hoe reken je de oppervlakte van een rechthoek uit?

Doe lengte keer breedte. Een rechthoek van 8 cm lang en 5 cm breed heeft een oppervlakte van 8 × 5 = 40 cm². Er passen dan 5 rijen van 8 hokjes van 1 cm² in.

Wat betekent het tweetje in cm²?

Het tweetje betekent vierkant. 1 cm² is een vierkante centimeter, een hokje van 1 cm lang en 1 cm breed. Zo is 1 m² een vierkante meter. Een vierkante meter hoeft geen vierkant te zijn. Elke vorm die even groot is, is ook 1 m².

Hoeveel dm² is 1 m²?

1 m² is 100 dm², want een vierkante meter is 10 dm lang en 10 dm breed. Bij lengte is de stap tussen de maten 10. Bij oppervlakte is de stap 100. Daarom is 1 m² ook 10.000 cm².

In welke groep leren kinderen omtrek en oppervlakte?

Volgens SLO maken kinderen in groep 5 en 6 kennis met m², dm² en cm² en leren ze oppervlakte schatten, meten en berekenen. In groep 7 en 8 rekenen ze de omtrek uit met de zijden van een rechthoek en de oppervlakte met lengte keer breedte. De planning verschilt per school en methode.

Kun je gratis oefenen?

Je kunt iedere dag één online oefening gratis doen. Voor onbeperkt oefenen, alle oefeningen en alle werkbladen is KidsDigitaal Super beschikbaar.

Werkt het op een tablet of telefoon?

Ja. De oefeningen werken direct in een moderne browser op computer, tablet en telefoon.

Bron en redactie

Waarop is deze uitleg gebaseerd?

Omtrek en oppervlakte horen bij kerndoel 11A van de nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde, die sinds augustus 2026 in de wet staan. Daarin staat het bepalen van omtrek, oppervlakte en inhoud van rechthoekige figuren. Volgens de uitwerking per groep van SLO maken kinderen in groep 5 en 6 kennis met m², dm² en cm² en leren ze oppervlakte schatten, meten en berekenen. In groep 7 en 8 rekenen ze de omtrek uit met 2 keer de lengte plus 2 keer de breedte en de oppervlakte met lengte keer breedte. Het Referentiekader taal en rekenen noemt bij niveau 1F de oppervlakte benaderen via een rooster en de omtrek en oppervlakte van rechthoekige figuren. Bij 1S komen figuren die niet rechthoekig zijn en de oppervlaktematen erbij. Alle figuren in de lessen zijn met dezelfde getallen getekend als de vraag. De oefeningen zijn aanvullend oefenmateriaal en vervangen het onderwijs op school niet.

Bronnen: SLO, Kerndoelen primair onderwijs (2026) · SLO, uitwerking groep 5 en 6 · SLO, uitwerking groep 7 en 8 · Referentiekader taal en rekenen (2010)

Redactie: KidsDigitaal
Laatst gecontroleerd: 2 november 2026

Uitgever: KidsDigitaal is onderdeel van Degraro, KvK 99081172.
Contact · Privacy en voorwaarden

Waar begin je?

Begin in groep 6 met hokjes en streepjes tellen. Werk daarna naar lengte keer breedte en de L-vorm. Open de oefeningen voor groep 6 tot en met 8 en kies het niveau dat past.

Start met omtrek en oppervlakte oefenen
Je verkent KidsDigitaal als leerkracht Start gratis 30 dagen Terug naar scholen