Plussommen oefenen groep 3 t/m 8 | Optellen leren op KidsDigitaal (2026)

Plussommen oefenen op de basisschool

Van de eerste telopgaven in groep 3 tot slimme rekenvragen in groep 8. Met korte, duidelijke oefeningen leren kinderen optellen, splitsen, rijgen, compenseren, cijferend rekenen en rekenen in context.

  • Voor groep 3 t/m 8
  • Van sommen tot 10 naar CITO-vragen
  • Korte oefeningen met directe feedback
1

Kies de groep

Start op het niveau dat past bij je kind of klas, van groep 3 tot en met groep 8.

2

Oefen één vaardigheid

Kinderen oefenen gericht met tellen, optellen, splitsen, kolommen, breuken of procenten.

3

Zie wat lukt

Elke vraag geeft feedback. Zo ziet een kind meteen welke rekenstrategie werkt.

Liever direct oefenen met plussommen? Groep 3 t/m 8 · Korte opdrachten · Tellen, optellen, splitsen, redactiesommen en CITO-stijl
Bekijk de plussommen

Wat zijn plussommen?

Een plussom is een som waarbij je twee of meer hoeveelheden bij elkaar optelt. Je hebt iets, er komt iets bij, en samen wordt het meer. Voor een kind begint dat heel concreet: 2 appels en 3 appels zijn samen 5 appels. Later wordt dat abstracter: 248 + 376, 3/5 + 1/5 of 25% korting en daarna nog 20% korting.

Wat betekent optellen?

Optellen betekent samenvoegen. Kinderen leren eerst dat het plusteken betekent dat er iets bij komt. Daarna leren ze dat het gelijkteken betekent dat links en rechts evenveel waard zijn. Dat lijkt simpel, maar het is de basis voor bijna alles wat daarna komt in rekenen.

Een goede plussomles gaat daarom niet alleen over het antwoord. Het gaat vooral over de vraag: hoe kwam je aan dat antwoord? Tel je door? Maak je eerst 10? Splits je het getal? Gebruik je een dubbelsom? Of kies je een heel andere slimme route?

Even simpel gezegd: plussommen oefenen is leren om hoeveelheden samen te voegen, maar ook leren welke strategie op welk moment handig is. Een kind dat alleen antwoorden uit het hoofd leert, komt later vast te zitten. Een kind dat de strategie begrijpt, kan steeds grotere sommen aan.

Waarom zijn plussommen zo belangrijk?

Optellen is een basisvaardigheid. Kinderen gebruiken het bij hoofdrekenen, geld, tijd, lengtes, tabellen, grafieken, breuken, procenten en verhaaltjessommen. Zelfs in groep 8, bij CITO-vragen en algebra, blijft goed kunnen optellen belangrijk.

Kinderen die stevig staan in plussommen hebben voordeel bij:

  • Hoofdrekenen: ze zien sneller welke tussenstap handig is.
  • Rekenen met geld: bedragen optellen vraagt nauwkeurigheid en inzicht in kommagetallen.
  • Verhaaltjessommen: ze herkennen woorden als samen, erbij, totaal en in totaal.
  • Breuken en procenten: optellen blijft terugkomen, alleen in een nieuwe vorm.
  • Toetsen: bij CITO-vragen moet een kind vaak meerdere stappen combineren.

Hoe leren kinderen optellen?

De opbouw is belangrijk. Een kind leert niet in één keer grote sommen. Eerst komt tellen, daarna optellen tot 10, splitsen, vriendjes van 10, sommen tot 20, sommen over de 10, optellen tot 100, optellen tot 1000 en uiteindelijk rekenen met contexten zoals geld, grafieken, breuken en procenten.

FaseWat leert een kind?Voorbeeld
StartTellen en hoeveelheden herkennen.Hoeveel appels zie je?
Tot 10Samenvoegen, dubbelsommen en splitsingen.3 + 5 = 8
Tot 20Eerst naar 10, daarna verder.8 + 5 = 13
Tot 100Tientallen en eenheden optellen.46 + 23 = 69
Tot 1000Hoofdrekenen, schatten en kolomsgewijs optellen.248 + 376 = 624
BovenbouwOptellen in context met decimalen, breuken, procenten en grafieken.40% + 35% = 75%

Voorbeelden uit de oefeningen

De oefeningen bouwen stap voor stap op. In groep 3 zie je vragen als 2 + 1, 4 + 2 en 10 = 5 + ___. Later komen daar verhaaltjessommen, kolomsommen, kommagetallen, breuken, procenten en grafieken bij.

🔢 Welke som past bij jouw niveau?

Dezelfde vaardigheid groeit mee van concreet tellen naar rekenen in context.

2 + 1 = ?
8 + 5 = ?
248 + 376 = ?
40% + 35% = ?
Probeer een plussom

Begrijpen en automatiseren

Kinderen moeten sommige sommen snel kennen. Denk aan dubbelsommen zoals 4 + 4 en vriendjes van 10 zoals 6 + 4. Dat heet automatiseren. Toch begint automatiseren altijd met begrip. Een kind moet eerst snappen wat er gebeurt, daarna pas komt snelheid.

Een goede oefening laat kinderen daarom niet alleen kiezen uit antwoorden. Ze krijgen ook uitleg en hints. Zo leert een kind niet alleen dat 7 + 3 gelijk is aan 10, maar ook waarom die som zo handig is bij grotere sommen.

Tip

Laat een kind na een fout niet meteen opnieuw gokken. Vraag eerst: welke strategie zou hier passen? Vaak zit de winst niet in harder oefenen, maar in slimmer kijken.

Veelgemaakte fouten bij plussommen

Fouten horen bij leren rekenen. Ze laten zien waar het kind in de strategie vastloopt. Dit zijn veelvoorkomende fouten:

  • Dubbel tellen: een kind telt het startgetal nog een keer mee bij doortellen.
  • Verkeerd splitsen: bij 8 + 5 wordt 5 niet goed verdeeld in 2 en 3.
  • Kommagetallen verkeerd onder elkaar zetten: 3,4 en 12,08 worden niet op de komma uitgelijnd.
  • Te snel lezen: in een verhaaltjessom worden belangrijke woorden gemist.
  • Alles uit het hoofd willen doen: sommige sommen vragen juist om kolomsgewijs of cijferend rekenen.
Laat kinderen meteen oefenen

Start met korte plussommen die passen bij het niveau van je kind of klas.

Bekijk de oefeningen

Groep 3 t/m 8 · Direct aan de slag · Duidelijke feedback

De leerlijn plussommen van groep 3 t/m 8

De oefeningen voor plussommen zijn opgebouwd per leerjaar. Iedere groep heeft 25 lessen. De lijn begint bij tellen en optellen tot 10 en groeit door naar grotere getallen, kommagetallen, breuken, procenten, grafieken, algebra en CITO-voorbereiding.

Overzicht per groep

3

Groep 3

Tellen, optellen tot 10 en 20, splitsen, vriendjes van 10, dubbelsommen, verhaaltjessommen en sommen over de 10.

4

Groep 4

Sommen tot 100 met tientallen en eenheden. Kinderen oefenen rijgen, splitsen, compenseren en bruggen over tientallen.

5

Groep 5

Getallen tot 1000, hoofdrekenen in stappen, afronden, schatten, kolomsgewijs optellen, tabellen en grafieken.

6

Groep 6

Grote getallen, cijferend optellen, kommagetallen, geld, lengte, gewicht, redactiesommen en vragen in CITO-stijl.

7

Groep 7

Kommagetallen, negatieve getallen, breuken, procenten, tijd, snelheid, afstand en schaal. Optellen komt terug in echte contexten.

8

Groep 8

CITO-voorbereiding met grote getallen, breuken, procenten, verhoudingen, algebra, grafieken, formules en kansen.

Groep 3: van tellen naar sommen tot 20

In groep 3 begint alles bij tellen. Daarna komen eenvoudige plussommen tot 10, splitsen, vriendjes van 10 en uiteindelijk sommen tot 20. Kinderen leren dat een som ook in een verhaal verstopt kan zitten.

  • Voorbeelden van lessen: Telparade, Plusjespret, Splitsheld, Speurtocht naar 10, Verhalenrekenen en Pluseindbaas.
  • Belangrijke strategieën: tellen, doortellen, splitsen, dubbelsommen, vriendjes van 10 en eerst naar 10 gaan.
  • Voorbeeldvragen: 2 + 1, 4 + 2, 10 = 7 + ?, 8 + 5 en verhaaltjes met erbij of in totaal.

Groep 4: optellen tot 100

In groep 4 groeit het getalgebied naar 100. Kinderen leren tientallen optellen, springen op de getallenlijn, rijgen en compenseren. Daarna komen sommen waarbij ze over een tiental heen gaan.

  • Voorbeelden van lessen: Reis naar 100, Tientallen plussen, Sprongen van 10, Compensatie-truc, Brug over 10 en Rekenheld.
  • Belangrijke strategieën: tientallen en eenheden apart nemen, rijgen, compenseren en bruggen over tientallen.
  • Waarom dit telt: deze groep legt de basis voor hoofdrekenen tot 100 en voor kolomsgewijs rekenen in groep 5.

Groep 5: optellen tot 1000 en grafieken lezen

In groep 5 komen de honderdtallen erbij. Kinderen leren optellen tot 1000, schatten, afronden, in stapjes rekenen en kolomsgewijs optellen. Aan het einde oefenen ze ook met tabellen, staafdiagrammen en lijngrafieken.

  • Voorbeelden van lessen: Reis naar 1000, Honderdtallen plussen, Slim schatten, Hoofdrekenen in stapjes, Kolomsgewijs optellen en Grafiekmeester.
  • Belangrijke strategieën: honderdtallen, tientallen en eenheden splitsen, kolomsgewijs optellen en slim schatten.
  • Extra vaardigheid: kinderen leren gegevens uit tabellen en grafieken optellen en vergelijken.

Groep 6: cijferend optellen en rekenen met komma's

In groep 6 wordt het rekenen preciezer. Kinderen oefenen cijferend optellen, onthouden, kommagetallen onder elkaar zetten en rekenen in contexten met geld, meters, centimeters, kilo's en grammen.

  • Voorbeelden van lessen: Van kolom naar cijfer, Cijferend met drie cijfers, Cijferend met komma's, Redactiesommen met geld, Kommameester en CITO-eindtoetsstijl.
  • Belangrijke strategieën: netjes onder elkaar zetten, komma onder komma, onthouden en overbodige informatie negeren.
  • Waarom dit helpt: kinderen leren rekenen in situaties die lijken op toetsvragen en praktische problemen.

Groep 7: breuken, procenten, tijd, snelheid en schaal

In groep 7 blijft optellen belangrijk, maar de context wordt breder. Kinderen werken met kommagetallen, negatieve getallen, breuken, procenten, tijd, snelheid, afstand en schaal. Ze leren dat optellen niet alleen in losse sommen zit, maar ook in grotere rekenproblemen.

  • Voorbeelden van lessen: Komma's uitlijnen, Negatieve getallen intro, Breuken optellen, Procenten leren, Tijd berekenen, Snelheid leren en Schaal en kaart.
  • Belangrijke strategieën: gelijknamig maken, omrekenen tussen breuk, decimaal en procent, en werken met formules.
  • Doel: kinderen leren flexibel rekenen met verschillende notaties en eenheden.

Groep 8: CITO, algebra, grafieken en kansen

In groep 8 staat beheersing centraal. Leerlingen combineren grote getallen, breuken, procenten, verhoudingen, algebra, grafieken, formules en kansen. De oefeningen bereiden voor op vragen waarbij goed lezen net zo belangrijk is als rekenen.

  • Voorbeelden van lessen: Startcontrole niveau 8, Complexe sommen, Procentberekeningen, Verhoudingen, Algebra introductie, Grafieken lezen en Finale toets groep 8.
  • Belangrijke strategieën: meerdere stappen plannen, fouten herkennen, informatie uit grafieken halen en formules gebruiken.
  • Voorbeeldniveau: los op: 3x + 5 = 20, of bereken een dubbele korting op een bedrag.

Soorten vragen in de oefeningen

De opdrachten wisselen af. Daardoor oefenen kinderen niet steeds hetzelfde trucje, maar leren ze actief nadenken. Er zijn meerkeuzevragen, invulvragen, sleepvragen, koppelvragen, sorteervragen, leesteksten en redactiesommen.

Waarom die afwisseling werkt: een meerkeuzevraag test herkenning, een invulvraag vraagt om zelf rekenen, een koppelvraag legt verbanden bloot, en een verhaaltjessom dwingt een kind om eerst goed te lezen.

Bekijk de leerlijn in de oefeningen

Kies een groep en start met plussommen die passen bij het niveau.

Start met oefenen

De belangrijkste strategieën voor plussommen

Plussommen worden makkelijker als kinderen meerdere strategieën kennen. Niet elke som vraagt om dezelfde aanpak. Een goede rekenaar kiest de slimste route.

Tellen en doortellen

Bij jonge kinderen begint optellen met tellen. Eerst tellen ze alle voorwerpen. Daarna leren ze doortellen vanaf het grootste getal. Bij 2 + 6 is het slimmer om te beginnen bij 6 en dan twee stappen verder te tellen: 7, 8.

In de klas

Laat kinderen hardop zeggen vanaf welk getal ze starten. Zo hoor je meteen of ze alles opnieuw tellen of al kunnen doortellen.

Splitsen

Splitsen betekent dat je een getal in twee stukjes verdeelt. Bijvoorbeeld: 8 kun je splitsen in 5 en 3. Dit helpt kinderen om flexibel te rekenen, vooral bij sommen over de 10.

Splitsen is niet zomaar een los trucje. Het is de brug tussen concreet tellen en echt hoofdrekenen. Wie goed kan splitsen, ziet sneller dat 7 + 5 hetzelfde is als 7 + 3 + 2.

Vriendjes van 10

Vriendjes van 10 zijn getallen die samen 10 maken: 1 en 9, 2 en 8, 3 en 7, 4 en 6, 5 en 5. Deze kennis is goud waard, want kinderen gebruiken het telkens opnieuw.

1

Maak 10

Bij 8 + 5 pak je eerst 2 van de 5. Dan heb je 10.

2

Tel de rest

Van de 5 blijven er 3 over. Dus 10 + 3 = 13.

3

Controleer

8 + 5 is dus 13. De stap naar 10 maakt de som overzichtelijk.

Over de 10

Een som als 9 + 6 is lastig als je alleen telt. Met de brugstrategie wordt hij helder. Je splitst 6 in 1 en 5. Eerst 9 + 1 = 10. Daarna 10 + 5 = 15.

Deze strategie komt in groep 3 al terug en blijft belangrijk. Later helpt dezelfde gedachte bij sommen over tientallen, honderdtallen en kommagetallen.

Rijgen

Bij rijgen tel je stap voor stap verder. Bij 46 + 23 doe je bijvoorbeeld eerst 46 + 20 = 66 en daarna 66 + 3 = 69. Het kind houdt het eerste getal heel en voegt het tweede getal in stukjes toe.

Rijgen past goed bij getallenlijnen en hoofdrekenen. Het laat kinderen zien dat rekenen een route is, niet alleen een eindantwoord.

Compenseren

Compenseren is handig bij getallen die dicht bij een rond getal liggen. Bij 48 + 7 kun je eerst 48 + 10 = 58 doen. Daarna haal je 3 terug. Het antwoord is 55.

Dit werkt ook bij grotere getallen. Bij 398 + 125 kun je denken: 400 + 125 = 525. Daarna haal je 2 terug. Het antwoord is 523.

Kolomsgewijs en cijferend optellen

Als getallen groot worden, is het niet altijd handig om alles in je hoofd te doen. Dan helpt kolomsgewijs of cijferend optellen. Kinderen zetten getallen netjes onder elkaar en werken per kolom.

Bij kommagetallen is uitlijnen extra belangrijk. Komma onder komma. Dat voorkomt dat tienden, honderdsten en eenheden door elkaar raken.

Rekenen in context

In verhaaltjessommen, tabellen en grafieken moet een kind eerst bepalen wat er gevraagd wordt. Soms staat er extra informatie bij die niet nodig is. Daarom oefenen kinderen niet alleen met rekenen, maar ook met lezen, selecteren en controleren.

Let op

Als een kind een verhaaltjessom fout maakt, is de rekenvaardigheid niet altijd het probleem. Soms begrijpt het kind de tekst niet, mist het een woord als totaal, of gebruikt het per ongeluk alle getallen uit de vraag.

Oefen niet alleen antwoorden, maar ook strategieën

Laat kinderen ontdekken welke aanpak bij welke som past.

Oefen met strategieën

Plussommen oefenen in de klas

Plussommen oefenen hoeft geen losse rekenles van drie kwartier te zijn. Juist korte, herhaalde oefenmomenten werken goed. Een paar minuten gericht oefenen kan al genoeg zijn om een strategie te onderhouden of een foutpatroon zichtbaar te maken.

Waar begin je?

Begin bij de strategie die een kind nodig heeft. Niet elk kind in dezelfde groep heeft dezelfde oefening nodig. Sommige kinderen in groep 4 moeten nog terug naar vriendjes van 10. Andere kinderen kunnen al verder met rijgen tot 100.

  1. Kijk naar het getalgebied. Tot 10, tot 20, tot 100, tot 1000 of groter.
  2. Kijk naar de strategie. Doortellen, splitsen, eerst naar 10, rijgen, compenseren of cijferend optellen.
  3. Kijk naar de context. Losse som, verhaaltjessom, tabel, grafiek of toetsvraag.

Korte lesmomenten

Plussommen zijn ideaal voor korte oefenmomenten. Gebruik ze als startopdracht, verwerking na instructie, extra oefening voor snelle rekenaars of herhaling aan het einde van de dag.

5 min

Start van de les

Laat leerlingen vijf korte sommen maken om het rekenbrein aan te zetten.

10 min

Na instructie

Kies precies de strategie die je net hebt uitgelegd en laat leerlingen zelfstandig oefenen.

15 min

Herhaling

Gebruik een mixles om te zien of kinderen de strategie ook later nog kunnen toepassen.

Differentiëren zonder extra werk

De leerlijn loopt van groep 3 tot en met groep 8. Dat maakt terugschakelen en vooruitwerken makkelijk. Een kind dat moeite heeft met groep 5 sommen tot 1000 kan terug naar optellen tot 100. Een kind dat snel klaar is, kan verder met grotere getallen of redactiesommen.

Kijk daarbij niet alleen naar het leerjaar. Kijk vooral naar de vaardigheid die nodig is. Een fout in cijferend optellen kan bijvoorbeeld komen doordat een kind de tientallen en eenheden nog niet goed begrijpt.

Strategieën bespreken

Gebruik de oefeningen niet alleen als stille verwerking. Laat af en toe twee leerlingen uitleggen hoe ze dezelfde som hebben opgelost. Zo ziet de klas dat er meerdere goede routes kunnen zijn.

  • Vraag: welk getal maakte je eerst rond?
  • Vraag: welke splitsing gebruikte je?
  • Vraag: waarom koos je voor rijgen en niet voor cijferend rekenen?
  • Vraag: hoe controleerde je of je antwoord logisch is?

Toetsvoorbereiding en CITO-stijl

In de bovenbouw verschuift de aandacht naar toepassen. Leerlingen moeten goed lezen, ruisinformatie negeren, grafieken interpreteren en meerdere rekenstappen combineren. De lessen voor groep 6, 7 en 8 bevatten daarom veel redactiesommen en toetsachtige vragen.

Praktische aanpak: laat leerlingen bij een redactiesom eerst onderstrepen wat gevraagd wordt. Daarna pas rekenen. Dat voorkomt dat ze alle getallen uit de tekst zomaar bij elkaar optellen.

Valkuilen in de klas

  • Te snel naar kale sommen gaan: sommige kinderen hebben nog materiaal, vingers of een getallenlijn nodig.
  • Alle kinderen dezelfde strategie laten gebruiken: handig rekenen betekent juist dat je leert kiezen.
  • Alleen tempo belonen: snelheid is pas waardevol als het antwoord ook klopt.
  • Fouten meteen verbeteren: laat het kind eerst zelf uitleggen waar het misging.
Morgen al inzetten in je rekenles

Kies een groep, kies een vaardigheid en laat leerlingen gericht oefenen met plussommen.

Bekijk oefeningen per groep

Plussommen oefenen voor ouders

Als ouder hoef je geen rekenspecialist te zijn om je kind te helpen. Het belangrijkste is dat je rustig meedenkt, vragen stelt en je kind laat uitleggen hoe het rekent. Het antwoord is belangrijk, maar de aanpak vertelt vaak veel meer.

Hoe help je thuis?

Help je kind door rekenen klein en concreet te maken. Gebruik blokjes, knikkers, fruit, geld of een getallenlijn. Zeker in groep 3 en 4 is zien en aanraken vaak sterker dan alleen een som op papier.

  1. Vraag eerst wat je kind al weet. Laat het kind de som uitleggen.
  2. Gebruik kleine stappen. Maak eerst 10, splits het getal of tel door.
  3. Prijs de strategie. Niet alleen: goed antwoord. Wel: slim dat je eerst naar 10 ging.

Groep 3 en 4: houd het concreet

In groep 3 en 4 werken kinderen aan de basis. Oefen met kleine hoeveelheden, tellen, splitsen, dubbelsommen en vriendjes van 10. Maak er geen toetsmoment van, maar een korte oefening tussendoor.

  • Leg 7 blokjes neer en vraag hoeveel erbij moeten om 10 te maken.
  • Vraag bij boodschappen: we hebben 4 appels en kopen er 3 bij. Hoeveel hebben we samen?
  • Oefen dubbelsommen zoals 3 + 3, 4 + 4 en 5 + 5.
  • Laat je kind hardop tellen vanaf het grootste getal.

Groep 5 t/m 8: laat je kind de aanpak uitleggen

In de bovenbouw worden de sommen groter en komen er contexten bij. Denk aan geld, kommagetallen, grafieken, breuken, procenten en CITO-vragen. Het helpt om je kind te vragen welke stap eerst komt.

  • Bij geld: zet bedragen netjes onder elkaar met de komma's onder elkaar.
  • Bij grafieken: vraag eerst wat de grafiek laat zien voordat je gaat rekenen.
  • Bij procenten: laat je kind opschrijven waarvan het percentage wordt genomen.
  • Bij verhaaltjessommen: zoek samen de vraag, daarna pas de getallen.

Omgaan met fouten

Zeg niet meteen dat iets fout is. Vraag liever: kun je laten zien hoe je dacht? Vaak ontdekt een kind de fout zelf zodra het de stappen hardop uitlegt.

Thuis-tip

Maak oefenen kort. Vijf goede minuten zijn beter dan een half uur frustratie. Stop liever op een moment dat het nog goed gaat.

Thuis oefenen op KidsDigitaal

Op KidsDigitaal kan je kind oefenen met korte opdrachten die passen bij de groep. De oefeningen geven meteen feedback, zodat je kind niet alleen ziet of het antwoord klopt, maar ook waarom.

Je kunt beginnen met een vaardigheid die je kind op school lastig vindt. Denk aan splitsen in groep 3, sommen tot 100 in groep 4, kolomsgewijs optellen in groep 5 of redactiesommen in groep 6, 7 en 8.

Maak van schermtijd rekentijd

Laat je kind kort oefenen met plussommen op het eigen niveau.

Start met plussommen

Veelgestelde vragen over plussommen

Wat zijn plussommen?

Plussommen zijn optelsommen. Je voegt twee of meer hoeveelheden samen. In het begin zijn dat concrete hoeveelheden, zoals appels of stippen. Later worden het grotere getallen, kommagetallen, breuken, procenten en grafieken.

In welke groep beginnen kinderen met plussommen?

Kinderen beginnen in groep 3 met tellen en eenvoudige plussommen tot 10. In groep 4 groeien ze door naar sommen tot 100. In groep 5 en 6 komen grotere getallen en cijferend optellen erbij. In groep 7 en 8 komt optellen terug in breuken, procenten, verhoudingen, grafieken en toetsvragen.

Hoe oefen je plussommen tot 10?

Begin met tellen en concrete materialen. Laat kinderen zien wat erbij komt. Oefen daarna dubbelsommen, splitsingen en vriendjes van 10. Voorbeelden zijn 2 + 3, 4 + 5, 5 + 5 en 10 = 7 + ?.

Hoe oefen je plussommen tot 20?

Bouw eerst zekerheid op tot 10. Daarna oefen je sommen zoals 10 + 6, 12 + 3 en 14 + 5. Vervolgens komen sommen over de 10, zoals 8 + 5 en 9 + 6. Daarbij leert een kind eerst 10 te maken en daarna verder te tellen.

Wat zijn vriendjes van 10?

Vriendjes van 10 zijn getallen die samen 10 zijn. Bijvoorbeeld 1 en 9, 2 en 8, 3 en 7, 4 en 6, en 5 en 5. Ze helpen kinderen bij hoofdrekenen en bij sommen over de 10.

Wat is tientalpassering?

Tientalpassering betekent dat je over een tiental heen gaat. Bij 8 + 5 maak je eerst 10 door 2 erbij te doen. Van de 5 blijven er dan 3 over. De som wordt 10 + 3 = 13.

Wat is rijgen bij optellen?

Rijgen betekent dat je stap voor stap verder telt. Bij 46 + 23 doe je eerst 20 erbij en daarna 3. Dus 46 + 20 = 66 en 66 + 3 = 69.

Wat is compenseren?

Compenseren betekent dat je de som makkelijker maakt door met een rond getal te werken. Bij 49 + 8 kun je denken: 50 + 8 = 58, daarna 1 eraf. Het antwoord is 57.

Helpen plussommen bij CITO-voorbereiding?

Ja. CITO-vragen vragen vaak om meerdere rekenstappen. Goed kunnen optellen helpt bij redactiesommen, tabellen, grafieken, procenten, verhoudingen en geldsommen. In groep 6, 7 en 8 wordt deze vaardigheid steeds vaker in context geoefend.

Waar kan mijn kind plussommen oefenen?

Op KidsDigitaal.nl kan je kind plussommen oefenen per groep. De oefeningen lopen van eenvoudige sommen in groep 3 tot uitgebreide rekenvragen in groep 8.

Benieuwd hoe de oefeningen eruitzien?

Bekijk de plussommen en kies een oefening die past bij de groep.

Bekijk de oefeningen
Disclaimer
De informatie op deze pagina is bedoeld als praktische uitleg over plussommen oefenen op de basisschool. De inhoud is afgestemd op de opbouw van de KidsDigitaal oefeningen voor rekenen en plussommen. De pagina is informatief van aard. Resultaten kunnen per leerling verschillen. Gebruik bij ernstige of aanhoudende rekenproblemen altijd het oordeel van de leerkracht, intern begeleider of rekenspecialist.
Je verkent KidsDigitaal als leerkracht Start gratis 30 dagen Terug naar scholen