Werkwoordspelling oefenenStart met werkwoordspelling oefenen

Voor groep 6 tot en met 8

Werkwoordspelling oefenen, stap voor stap

Oefen de regels voor werkwoorden in echte zinnen. Elke les begint met de regel in een paar korte zinnen. Daarna kies je bij elke zin de goede vorm uit drie. De twee foute keuzes zijn vergissingen die vaak gemaakt worden. Probeer de eerste oefening zonder account.

Probeer eerst zonder account. Daarna bepaal je zelf of Super nodig is.

  • Iedere dag 1 oefening gratis
  • Elke les begint met de regel
  • Computer, tablet en telefoon
Voorbeeld van een oefeningGroep 6 tot 8
Hij ___ het leuk.vindt
Gisteren ___ ik hard.werkte
De ___ deur is nat.geverfde
Geen account nodig om te proberen
Kies een groep

Waar wil je nu mee oefenen?

Klik op de groep die aan de beurt is en start meteen. Of open alle oefeningen werkwoordspelling. Er zijn 33 lessen, verdeeld over drie groepen. Elke regel heeft drie lessen en elke groep sluit af met een werkwoordtoets.

Twijfel je waar je moet beginnen? Begin bij groep 6. Wie de ik-vorm met de t beheerst, heeft de basis voor alle andere regels.

Direct antwoord

Hoe oefen je werkwoordspelling het best?

Werk met een vast stappenplan. Zoek de persoonsvorm en het onderwerp. Kijk welke tijd het is en neem de ik-vorm. In de tegenwoordige tijd komt er bij hij, zij of het een t achter. In de verleden tijd beslist 't kofschip. Oefen een regel tegelijk en meng ze pas daarna in een toets.

Lees kerndoel 11 over werkwoordspelling bij SLO
De regels op een rij

Vier stappen voor elk werkwoord

Bijna elke zin los je op met deze vier stappen. Voor d of t in andere woorden, zoals hand en paard, is er de pagina d of t oefenen.

1

Zoek de persoonsvorm

Zet de zin in een andere tijd of maak er een vraag van. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm. Het onderwerp is wie of wat het doet.

2

Tegenwoordige tijd is de ik-vorm + t

Ik loop, hij loopt. Ook als je de t niet hoort. Ik vind, hij vindt. Staat jij achter het werkwoord, dan komt er geen t. Loop jij mee?

3

Verleden tijd volgt 't kofschip

Neem bij zwakke werkwoorden de ik-vorm. Zit de laatste letter in 't kofschip, dan wordt het -te. Anders wordt het -de. Ik werkte, ik speelde. Eindigt de ik-vorm op een t of d, dan staat die letter er twee keer. Praatte, landde.

4

Het voltooid deelwoord eindigt op t of d

Het voltooid deelwoord staat bij een vorm van hebben, zijn of worden. Ook hier helpt 't kofschip. Ik heb gewerkt, ik heb gespeeld.

Waar het meestal misgaat

Drie fouten die je vaak ziet

Ze zeggen alle drie iets anders over wat er nog nodig is.

1

Het verkeerde onderwerp kiezen

In de zin Gisteren fietste mijn broer naar school is mijn broer het onderwerp. Wie het eerste woord als onderwerp neemt, kiest de verkeerde vorm.

2

De t vergeten die je niet hoort

Hij vindt en hij rijdt klinken zonder t. Toch komt de t erachter, want de regel is ik-vorm + t.

3

Op het gehoor schrijven

Ik leef klinkt met een f. Toch is het leefde en niet leefte, want leven heeft een v. Kijk naar het hele werkwoord en niet naar wat je hoort.

Eerst proberen, daarna kiezen

Wat is gratis en wat geeft Super extra?

Je kunt eerst ervaren of de oefeningen passen. Wie vaker of met meerdere kinderen wil oefenen, kan daarna Super bekijken.

Gratis oefenen

Voor een rustige kennismaking.

  • Iedere dag 1 oefening
  • Bij een fout antwoord zie je het juiste antwoord
  • Geen installatie nodig
  • Maximaal 1 profiel met een gratis account
Voor gezinnen die willen dooroefenen

KidsDigitaal Super

Direct verder zonder dagelijkse oefenlimiet.

  • Oefen onbeperkt verder wanneer het oefenen net lekker loopt
  • Kies uit alle oefeningen wat extra aandacht nodig heeft
  • Print alle werkbladen voor oefenen zonder scherm
  • Maak voor maximaal 5 kinderen een profiel
  • Oefenen zonder advertenties
Bekijk Super en de actuele prijsBekijk prijs, looptijd en voorwaarden voordat je kiest.
Aansluiten op school

Wat oefent een kind per groep?

De precieze planning verschilt per school en methode. Dit overzicht is de volgorde die in de lessen op KidsDigitaal zit.

Opbouw van werkwoordspelling van groep 6 tot en met groep 8
GroepWaar de lessen over gaanVoorbeelden
Groep 6De tegenwoordige tijd. De ik-vorm met de t, ook als je hem niet hoort. Jij voor of achter het werkwoord.hij loopt, oma vindt, loop jij
Groep 7De verleden tijd met 't kofschip, twee keer een t of d en het voltooid deelwoord.werkte, speelde, praatte, gewerkt
Groep 8Lastige werkwoorden. Gebeurt of gebeurd, word of wordt je, de v en de z, het voltooid deelwoord voor een zelfstandig naamwoord.is gebeurd, wordt je zus, leefde, de geverfde deur

Bron voor de opbouw is SLO, Kerndoel 11 groep 5 en 6 en groep 7 en 8.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over werkwoordspelling

Korte antwoorden over de regels, de lastige gevallen, de groepen en gratis gebruik.

Wat is werkwoordspelling?

Werkwoordspelling gaat over hoe je een werkwoord in een zin schrijft. Of er een d, t of dt komt, of het -te of -de wordt, hangt af van het onderwerp en de tijd.

In welke groep leren kinderen werkwoordspelling?

Volgens SLO leren kinderen vanaf groep 6 de basis van de werkwoordspelling doorzien. In groep 7 en 8 oefenen ze er veel mee. De planning verschilt per school en methode.

Is het word je of wordt je?

Dat hangt af van wat je betekent. Betekent je hier jij, zoals in word je moe, dan komt er geen t achter. Betekent je hier jouw, zoals in wordt je zus moe, dan wel. Dan is je zus het onderwerp.

Waarom is het leefde en niet leefte?

Bij leven en reizen kijk je naar het hele werkwoord. Daar staat een v of een z vlak voor -en. Die letters zitten niet in 't kofschip. Daarom wordt het leefde en reisde.

Is het geverfd of geverfde?

Na een vorm van hebben, zijn of worden schrijf je geverfd. De deur is geverfd. Staat het voor een zelfstandig naamwoord, dan komt er meestal een e achter, zoals bij de geverfde deur. Bij een het-woord met een komt er geen e. Een geverfd hek.

Wat is het verschil met d of t oefenen?

Op de pagina d of t oefenen staat per regel een les, ook voor woorden die geen werkwoord zijn, zoals hand en paard. Werkwoordspelling gaat alleen over werkwoorden. Elke regel heeft drie lessen en elke groep sluit af met een werkwoordtoets.

Kun je gratis oefenen?

Je kunt iedere dag één online oefening gratis doen. Voor onbeperkt oefenen, alle oefeningen en alle werkbladen is KidsDigitaal Super beschikbaar.

Werkt het op een tablet of telefoon?

Ja. De oefeningen werken direct in een moderne browser op computer, tablet en telefoon.

Bron en redactie

Waarop is deze uitleg gebaseerd?

Werkwoordspelling hoort bij kerndoel 11 van SLO. Daarin staat dat leerlingen regels kennen voor het spellen van werkwoorden. Volgens de uitwerking per groep leren kinderen vanaf groep 6 de basis van de werkwoordspelling doorzien, met de persoonsvorm, het onderwerp, persoon en getal. In groep 7 en 8 oefenen ze de werkwoordspelling veel en leren ze de stappen uit hun hoofd. Alle goede en foute vormen in de lessen zijn nagekeken in de Woordenlijst Nederlandse Taal. De oefeningen zijn aanvullend oefenmateriaal en vervangen het onderwijs op school niet.

Bronnen: SLO, Kerndoel 11 groep 5 en 6 · SLO, Kerndoel 11 groep 7 en 8 · Woordenlijst Nederlandse Taal

Redactie: KidsDigitaal
Laatst gecontroleerd: 2 november 2026

Uitgever: KidsDigitaal is onderdeel van Degraro, KvK 99081172.
Contact · Privacy en voorwaarden

Waar begin je?

Begin in groep 6 bij de ik-vorm met de t. Werk daarna naar de verleden tijd en de lastige werkwoorden. Open de oefeningen voor groep 6 tot en met 8 en kies het niveau dat past.

Alle spellingonderdelen op een rij staan op spelling oefenen. D of t staat daar ook.

Start met werkwoordspelling oefenen
Je verkent KidsDigitaal als leerkracht Start gratis 30 dagen Terug naar scholen